
Piekeren voelt vaak alsof je iets nuttigs doet. Je denkt vooruit, analyseert scenario’s en probeert voorbereid te zijn op allerlei doom scenario’s. Toch laat psychologisch onderzoek iets anders zien: piekeren helpt zelden bij het oplossen van problemen en vergroot juist stress, angst en mentale uitputting.
Wat is piekeren eigenlijk?
In de psychologie wordt piekeren gezien als een vorm van herhalend denken over mogelijke negatieve uitkomsten in de toekomst. Het gaat niet om actief probleemoplossen, maar om vastzitten in “wat als”-gedachten. Je brein probeert controle te krijgen over onzekerheid, maar bereikt het tegenovergestelde.
De illusie van controle
Piekeren geeft het gevoel dat je grip op de situatie hebt, dat je alles onder controle hebt. Alsof je, door alles te overdenken, gevaren of risico’s kunt voorkomen. In werkelijkheid zijn de meeste zorgen gericht op situaties waar je weinig of geen invloed op hebt. Onderzoek binnen de cognitieve gedragstherapie laat zien dat mensen die leren onderscheid maken tussen wat ze kunnen beïnvloeden en wat niet, significant minder angst ervaren.
Waarom piekeren zelfvoedend is
Elke keer dat je blijft malen, leert je brein: dit is belangrijk. Het gevolg? Je aandacht wordt steeds sneller naar zorgen getrokken. Piekeren wordt zo een gewoonte, geen bewuste keuze. Net als bij andere mentale gewoontes geldt: wat je herhaalt, versterk je.
Een piekermoment herkennen
Voorbeeld: je stuurt een belangrijk bericht en krijgt geen reactie. Je brein kan twee kanten op:
- Optie 1: je vult de stilte in met aannames (‘Ze zijn boos’, ‘Ik heb iets fout gedaan’) en blijft scenario’s herhalen.
- Optie 2: je herkent het piekeren, benoemt het als een gedachte – geen feit – en brengt je aandacht terug naar wat je nu aan het doen bent.
Optie 2 voelt misschien onwennig, maar het is psychologisch gezien veel effectiever.
Piekeren stoppen is geen onderdrukken
Belangrijk om te weten: stoppen met piekeren betekent niet dat je gedachten moet wegduwen. Dat werkt vaak averechts. Effectieve strategieën richten zich op uitstel en begrenzing. Zo wordt in Engelstalige therapieën vaak gewerkt met worry postponement: je plant een vast piekermoment op de dag. Buiten dat moment stel je zorgen bewust uit.
Van denken naar leven
Wie minder piekert, leeft meer in het heden. Aandacht verschuift van denkbare rampen naar daadwerkelijke ervaringen. Dat leidt niet tot naïviteit, maar tot mentale flexibiliteit en rust.
Moraal van het verhaal
Piekeren is geen teken van zwakte, maar van een brein dat veiligheid zoekt. Door te leren wanneer denken helpt – en wanneer niet – krijg je meer controle over je gedachten. Stoppen met piekeren is geen trucje, maar een vaardigheid: eentje die ruimte maakt voor rust, veerkracht en vertrouwen.














