
Veel ouders zeggen: “Ik houd van al mijn kinderen evenveel.” En dat menen ze dan ook echt, ook al is het niet altijd waar. Psychologisch onderzoek toont aan dat ouders zich vaak net iets meer verbonden voelen met het ene kind dan met het andere. Dat is niet erg — sterker nog: het is normaal en menselijk. Ouders zijn geen neutrale wezens; ze hebben persoonlijkheden, voorkeuren en natuurlijke emotionele reacties.
Toch wekt het idee van een lievelingskind vaak schaamte of schuld op. Niemand wíl voorkeur hebben voor een van de kinderen, laat staan dat toegeven. Maar gevoelens laten zich niet afdwingen. Je kunt niet beslissen met wie je gemakkelijker klikt, wie je minder energie kost of bij wie je sneller ontspant. Het probleem zit dan ook niet in het hébben van een lievelingskind — maar in wat je ermee doet.
Psychologen benadrukken steeds vaker dat ouderlijke voorkeur een normaal fenomeen is binnen gezinnen. De echte uitdaging voor ouders ligt niet in het onderdrukken van hun gevoelens, maar in het bewust omgaan met hun gedrag. Want waar gevoelens onvrijwillig zijn, is opvoeding dat niet.
We willen hier voorkeur voor een bepaald kind niet goedpraten, maar realistisch zijn: eerlijk kijken naar je eigen dynamiek als ouder, begrijpen waarom bepaalde kinderen je makkelijker afgaan, en vooral leren hoe je zorgt voor evenwicht, rechtvaardigheid en emotionele veiligheid voor álle kinderen in het gezin.
Wat zegt onderzoek over lievelingskinderen?
Psychologisch onderzoek wijst uit dat het fenomeen ouderlijke voorkeur geen mythe is — het is eerder een normaal onderdeel van menselijk gedrag.
Nieuw grootschalig onderzoek, bestaande uit meta-analyses van duizenden families, toont aan dat ouders vaak een kind bevoordelen — zelfs als ze dat zelf ontkennen. Met andere woorden: in veel families komt het in de praktijk voor dat een van de kinderen een voorkeursbehandeling krijgt.
Onderzoek wijst ook uit dat het hier niet gaat om wie het ‘beste’ kind is, maar om wie het meeste aansluit bij de stijl, behoeften en verwachtingen van de ouder. Ouders zijn zich hiervan vaak niet eens bewust — ze zeggen liever dat ze al hun kinderen even liefhebben.
Waarom ontkennen ouders?
Veel ouders vinden het een taboe-onderwerp. Niemand wil toegeven dat hij of zij meer houdt van één kind dan van de anderen, of zich gewoonweg lekkerder voelt in de aanwezigheid van de één dan van de ander. Maar, zoals we al zeiden, gevoelens laten zich niet dwingen.
Net zoals je niet simpelweg kunt kiezen van wie je het meest houdt, kun je ook niet altijd bepalen met welk kind je de meeste overeenstemming en harmonie voelt. Dit betekent niet dat je een slechte ouder bent; het betekent alleen dat je een mens bent — met voorkeuren en emotionele reacties die diep psychologisch geworteld zijn.
Wie zijn de lievelingskinderen?
Uit de literatuur blijkt dat bepaalde kenmerken vaker geassocieerd zijn met een voorkeurspositie:
- Dochters krijgen in veel onderzoeken net iets meer positieve aandacht van hun ouders.
- Jongere kinderen kunnen meer warmte ervaren, terwijl oudere kinderen juist meer autonomie krijgen.
- Aangename en verantwoordelijke kinderen worden door ouders vaak als prettiger om mee om te gaan gezien, wat leidt tot meer positieve interacties.
De voorkeur voor de oudste zoon – in het verleden vaak het verkoren kind – zou ‘uit de mode’ zijn (ja, zelfs als het op gevoelens aankomt, hebben we met trends te maken — logisch, omdat die worden bepaald door maatschappelijke factoren).
Is het erg om een lievelingskind te hebben?
Niet per se. Emoties zijn geen knoppen die je simpelweg aan of uit zet. Het belangrijkste is hoe je ermee omgaat. Veel kinderen merken voorkeuren niet eens expliciet op, en kleine verschillen in aandacht hoeven geen desastreuze gevolgen te hebben. Wel waarschuwen sommige studies dat ongelijke behandeling — vooral als kinderen het gevoel krijgen dat die onrechtvaardig is — kan bijdragen aan spanningen tussen broers en zussen en aan problemen zoals een lagere eigenwaarde bij het minst favoriete kind.
Hoe houd je balans als ouder?
Wat wél telt, is bewust en eerlijk handelen:
- Behandel kinderen gelijk in concrete situaties (regels, rituelen, routines).
- Vermijd openlijke blijk van voorkeur, ook niet in grapjes.
- Investeer in kwalitatieve tijd met elk kind — niet om voorkeur te verbergen, maar om veiligheid en verbondenheid voor iedereen te versterken.
Praktische tips voor ouders: zo ga je gezond om met voorkeur
We zetten de adviezen van hierboven om in praktische tips:
1. Erken je gevoel (voor jezelf)
De eerste stap is eerlijkheid — niet naar je kinderen, maar naar jezelf. Het erkennen dat je je met het ene kind makkelijker verbonden voelt dan met het andere, maakt je alerter en zorgvuldiger. Ontkenning vergroot het risico dat voorkeur zich onbewust vertaalt in gedrag.
Onthoud: gedachten zijn geen daden. Bewustzijn is bescherming.
2. Maak onderscheid tussen gevoel en gedrag
Je hoeft je gevoelens niet te veranderen, maar het is wel belangrijk je gedrag te sturen. Vraag jezelf regelmatig af:
- Geef ik dit kind vaker het voordeel van de twijfel?
- Ben ik strenger voor het ene kind dan voor het andere?
- Reageer ik anders op hetzelfde gedrag?
Gelijke behandeling betekent niet identieke behandeling, maar gelijke rechtvaardigheid.
3. Wees alert op kleine signalen
Kinderen zijn extreem gevoelig voor micro-signalen: toon, oogcontact, grapjes, zuchten. Openlijke voorkeur zit zelden in grote dingen, maar in herhaling.
4. Plan één-op-één-tijd
Niet omdat het “moet”, maar omdat individuele aandacht de onderlinge balans herstelt. Korte, voorspelbare momenten zijn vaak effectiever dan grote activiteiten.
5. Vergelijk kinderen nooit met elkaar
Vergelijk een kind alleen met zichzelf: groei, inzet en ontwikkeling.
6. Bespreek het met je partner
Ouders hebben vaak verschillende voorkeursdynamieken. Door dit samen te bespreken — zonder schuld of schaamte — kun je elkaar corrigeren en aanvullen.
7. Normaliseer verschil, niet voorkeur
Laat kinderen voelen dat verschillen normaal zijn, maar maak duidelijk dat liefde, veiligheid en respect niet concurrerend zijn.
8. Herstel als je misstappen maakt
Niemand doet dit perfect. Herstel weegt psychologisch vaak zwaarder dan foutloos ouderschap.
Moraal van het verhaal
Een lievelingskind kun en mag je hebben. Het is menselijk om je meer verbonden te voelen met het ene kind dan met het andere. Dat hoeft geen schade toe te brengen, zolang je respect, eerlijkheid en evenwicht bewaakt in je dagelijkse interacties. Het gaat niet om het vermijden van gevoelens — maar om hoe je ze begrijpt en beheert binnen je gezin.














