|
Home | Beauty | Cosmetische
ingrepen | Weer mooie benen!
Weer mooie benen dankzij een spataderbehandeling
Tien
jaar geleden ontdekte ik ze voor het eerst. Een paar minuscule, rode adertjes
die mijn bovenbeen ontsierden. Het verbaasde me niets. Ik had immers jarenlang
een beroep uitgeoefend waarbij ik veel moest staan. Teleurgesteld was
ik wel. En bezorgd ook! Hoe zou dit zich verder ontwikkelen?
In de loop der jaren ontstond er op mijn dijbeen een heel netwerk van
adertjes. Sommige rood, sommige zelfs purperkleurig. Op een afstandje
zag het eruit als een vurige, ontsierende plek. De minirokken bleven steeds
vaker in de kast hangen en in bikini ergerde ik me constant aan de 'beurse'
plek die zich maar bleef uitbreiden.
Een vriendin vertelde me op dat ze op haar gezicht een paar 'spinnetjes'
(gesprongen adertjes) had laten weglaseren. Het idee liet me niet los
en een afspraak was snel gemaakt. De behandeling was pijnlijker dan gedacht. De pijn die de laserstraal veroorzaakt, wordt wel vergeleken met een elastiekje
dat tegen de huid schiet, maar in mijn gevoel was het toch wel wat heftiger. Na de behandeling mocht het dijbeen niet nat worden en mocht ik vooral
de zon niet in. De meest ontsierende adertjes verdwenen maar er bleven
nieuwe adertjes bijkomen.
In de tussentijd ontdekte ik op mijn kuiten een paar aders die als het
ware op de huid leken te liggen. Tijd voor een serieus consult. Ditmaal
had ik een afspraak met een (vrouwelijke) vaatchirurg. Ze adviseerde me
de (spat)aderen te laten scleroseren (dichtspuiten). Daarna zou ze met
laser de ontsierende plek op mijn bovenbeen te lijf gaan.
Het dichtspuiten van de aderen viel tegen. In elk been kreeg ik zo'n
veertig kleine, maar soms erg pijnlijke prikjes waarmee de scleroserende
vloeistof in de aders werd gespoten. 'de vloeistof zorgt ervoor dat de
wanden van de aders verkleven', legde de arts uit. 'er stroomt geen bloed
meer door en de bloedstroom verlegt zich naar andere, gezonde aderen in
het been. Het is een antieke methode in vergelijking met een laserbehandeling
maar het is nog steeds effectief.' voor het inspuiten verdunde de vaatchirurg
de scleroserende vloeistof zodat deze net genoeg zou zijn om het gewenste
resultaat te bereiken maar het been verder geen schade zou toebrengen.
Na de behandeling waren mijn benen versierd door watten en pleisters. Het was niet gemakkelijk om de steunkousen die ik voor de gelegenheid
had moeten aanschaffen, aan te trekken. De kousen moest ik drie tot vijf
dagen dragen. De druk zou helpen om de behandelde aders te verkleven.
De nacht na de behandeling voelde ik me behoorlijk naar (maar dat hoorde
erbij) en de eerste week voelden mijn benen pijnlijk aan. Ze waren hier
en daar gezwollen en er ontstonden blauwe plekken. 's avonds bracht een
verfrissende crème enige verlichting. Sporten zat er even niet
in, maar lopen en fietsen wel. Beweging bevordert het herstel. Ik mocht
in geen geval met mijn benen in de zon.
Ik volgde de raadgevingen nauwgezet op en na een maand bemerkte ik tot
mijn verbazing dat niet alleen de blauwe plekken, op één
na, geheel weggetrokken waren maar dat ook de vurige rode plek op mijn
dijbeen aan het vervagen was.
De enige overgebleven blauwe plek die ook enkele harde knobbeltjes vertoonde,
werd bij een eerstvolgende afspraak behandeld. Met een paar kleine prikjes
en wat drukken en knijpen kwam het vocht dat zich had opgehoopt, vrij. De laserbehandeling viel opnieuw erg tegen. De pijn was intens, maar een
voordeel is wel dat deze onmiddellijk, met de laserstraal, verdwijnt.
Enkele maanden na de behandeling kon ik - eindelijk weer - met trots
een minirok aan. Ik had nooit verwacht dat ik ooit weer zo'n gaaf huidje
zou hebben. Nu is het alleen nog een kwestie van bijhouden. Want het bloed
kruipt waar het niet gaan kan. Maar dat is met een kleine laserbehandeling
snel verholpen.
Natuurlijk is elk geval anders en is het niet gezegd dat de weg die ik
volgde voor iedereen de aangewezen weg is. Waar ik me nu wel erg van bewust
ben, is hoe belangrijk het is dat je de juiste oplossing voor het probleem
vindt, en de juiste arts. Als je die gevonden hebt, dan is het halve werk
gedaan...
|